David Stapel (I)   ±1735 Pommeren - ±1780 Gendt (aan de Waal)
Gelderse Stapels kwamen uit Pommeren, op zoek naar vrijheid en welvaart.


David Stapel uit het Hanzestadje Gendt staat in Overbetuwse doopboeken als vader vermeld, eenmaal in Hulhuijsen en vijfmaal in Gendt. Twee documenten uit Eickel en een VOC soldijbladzijde verbinden hem met zijn oudste zoon Johan Hendrik Stapel, maar verder zijn er vooral flankerende feiten en mogelijkheden. Hier verhaal ik zijn leven, zonder de balancerende twijfels die in de reis van de Gelderse Stapels "vanuit Pommeren" al voldoende aan bod komen.

In 1731 werden duizenden burgers uit het Oostenrijkse Salzburg verbannen om hun protestantse geloof. Koning Frederik Willem I van Pruisen bood 12.000 bannelingen gastvrijheid in het overwegend Lutherse Pommeren ten oosten van de rivier de Oder, in de hoop dat zij het door de pest ontvolkte land weer tot bloei zouden brengen. Vier jaar later werd David Stapel er geboren in een nog onbekende plaats. Aangaande zijn jeugd mogen we aannemen dat hij al vroeg het zware boerenwerk leerde en de handen uit de mouwen wist te steken. Waarom en wanneer hij weg trok weten we niet. De sociale naween van de Salzburgse volksverhuizing, de heersende armoede en een nieuwe dienstplicht waren mogelijk de reden, evengoed kunnen het botsende karakters zijn geweest of werd hij onmogelijk verliefd op een Rooms Katholiek meisje, maar of zij over land of water, samen of afzonderlijk in het Roergebied belandden, op 26 juli 1755 trouwden David Stapel uit Pommeren en Gretchen Bger in de Evangelische Kirche van het 300 zielen tellende kerkdorpje Eickel, nabij Gelsenkirchen. Daar ook werd 7 maart 1758 hun zoon Johann Henrich gedoopt. Gretchen had de dominee toen al verteld van haar voorkeur voor het katholicisme en die weigerde haar nog als gemeentelid te zien. Toen hij haar naam in de doopakte neerschreef als Marg. N. begrepen David en Gretchen dat zij er niet langer welkom waren. Kort daarna namen zij een boot stroomafwaarts, richting de Lage Landen.

Ze vestigden zich aan de Waal in het Gelderse Gendt en op 3 februari 1760 werd hun dochter Joanna Maria RK gedoopt in het nabije Hulhuijsen. Dat viel toen nog onder Kleef, kende net als Pruisen absolute godsdienstvrijheid en was de enige plaats waar katholieken uit de wijde omgeving naar de kerk konden. Greet had bedongen dat haar eerste dochter daar mocht worden gedoopt en zij voedde haar ook op in de Roomse traditie. Hun vijf volgende borelingen werden gedoopt in de Nederduits Hervormde Kerk van Gendt, in het ritme van een gevestigd leven. Margaretha koos er voor zichzelf een wat minder formele naam: in de Gendtse Doopboeken heette zij voortaan Margrietha. Heimweemoedig gaven zij hun kinderen namen van de vorsten uit hun geboorteland, vaak meervoudige, een keuze die nog lang in volgende generaties bleef doorklinken. David werkte als scheepstimmerman aan het water en ze hadden het goed: minstens 5 van hun 7 kinderen werden volwassen.
David noch Margriet waren lidmaat van de Nederduits Hervormde Kerk in Gendt. Hun zonen Johan Hendrik en Frederik werden wel ingeschreven, zij het op latere leeftijd, toen hun ouders al lang niet meer met hun twee geloven op n kussen sliepen. Joanna Maria was niet alleen RK gedoopt, zij trouwde ook als katholiek, eerst met de gereformeerde Johannes van de Vendel met de belofte hun kinderen in zijn geloof op te voeden, later als weduwe met de katholieke Hendrik Derksen. Maria Catharina en Jan Willem lieten hun kinderen katholiek dopen. Elisabeth stierf jong, naar haar overlijden moeten we gissen: De Gendtse begraafboeken uit de 18e eeuw zijn verloren gegaan.
Oud zijn ook David en Margrietha niet geworden. David was al gestorven toen hun zoon Johan Hendrik in 1783 te Amsterdam bij de VOC aanmonsterde, want die tekende er een schuldbrief op naam van zijn moeder. Margarietha zal het dus niet breed hebben gehad. In latere akten van haar kinderen werd zij niet als getuige genoemd; zij zal dus overleden zijn voor hun oudste zoon in 1790 als eerste van hun kinderen trouwde.

Margrieth en David zochten vrijheid en welvaart. Zij vonden beide ten dele en wisten zich blijvend een thuis te vestigen in het Gelderse rivierenland. Daarbij koesterden zij hun eigen waarden, zelfs binnen hun gezin sprak geloofsvrijheid vanzelf.

* * * * *

Joanneskirche Eickel
1755 Zij trouwden in de Johanneskirche aan de Eickeler Markt.
Daar ook werd hun zoon gedoopt. De kerk werd mijnbouwvallig en is in 1890 afgebroken, maar deze ansichtkaart bleef bewaard.

Waalkerk Gendt
1759 Scheepvaart en bedrijvigheid bij het Pannerdens Kanaal, toen David, Gretchen en Johan Henrich de Rijn af voeren naar Gendt.

* * * * *
Naam:
Geboren:
Getrouwd:

Overleden:
Beroep:
Genealogische gegevens

David Stapel (I)
± 1730-1735, in Pommeren.
Anna Margaretha Bger, 26-juli-1755 Eickel
(Gelsenkirchen, Pruisen)
tussen 1773 en 1783
scheepstimmerman?

(home = www.cstapel.nl)